Na twee weken in Far North Queensland ben ik naar het zuiden getrokken. Eerst ben ik met de trein van Cairns naar Airlie Beach gegaan. Dit is een afstand van ruim 600 km. Je zou zeggen dat je dat in 5 of 6 uur ruim zou moeten kunnen halen. Helaas doen ze hier niet aan hogesnelheidstreinen, maar alleen aan lagesnelheidstreinen. Het duurde namelijk maar liefst 11,5 uur. Dit betekent dat de gemiddelde snelheid niet hoger lag dan 52 km/u. Er zaten wel redelijk wat tussenstations in, maar dan nog is dat niet erg snel. Desondanks was het een prettige reis en de tijd vloog voorbij. De volgende dag ben ik op een zeiltocht rond de Whitsundays gegaan: 2 dagen, 2 nachten, heel veel zon, heel veel zee. En heel veel witte stranden, met als hoogtepunt Whitehaven Beach, waar het zand superfijn en superwit is.
Voor de meeste mensen is het heel leuk om de hele dag op een boot te zijn. Behalve voor een meisje, die de helft van de tijd zeeziek is geweest: balen! De echte uitdaging van het leven op een boot kwam echter pas 's avonds, toen we moesten slapen op die boot. Je zou zeggen dat het meest vervelende aspect daarvan het schommelen van de boot is. De slaapkamers bevonden zich namelijk in de twee drijvers van de catamaran, en daar is het schommelen het hevigst. Hoewel dit betekende dat je soms als het ware een halve meter naar beneden viel, door een hoge golf, was dit niet het ergste. Dat was het constante geluid van de golven op de drijvers. Klots, klots, klots. Keihard! Zo luid dat ik het door mijn oordoppen heen kon horen. En als je er eenmaal naar ging luisteren, kon je niet meer slapen (net zoals bij een hard tikkende klok). De slechte nachtrust weerhield me er echter niet van om de volgende dag voor zes uur op te staan om de zonsopkomst te zien. Aan de oostkust kun je helaas geen zonsondergang boven zee zien, vanwege het feit dat het de oostkust is. Maar een zonsopkomst boven zee is bijna net zo speciaal.
Eenmaal terug aan wal ging ik plannen maken voor de verdere reis naar het zuiden: naar Brisbane, waar het mijn doel is om voor een aantal weken werk te zoeken. Ik had het plan om met de trein te gaan. Die reis is namelijk 15 uur, waar de bus er 20 uur over doet. En de trein is ook nog eens veel goedkoper! vanwege de 'international backpacker discount', die 40% bedraagt. Om een of andere reden kon ik de trein die op zondag gaat echter niet boeken. Navraag bij de receptie onthulde dat die niet reed, zomaar. De zaterdagtrein was weliswaar minder luxe, maar verdiende nog steeds de voorkeur boven de bus. Deze was echter volgeboekt, alsook de dinsdagtrein. (ja, er gaan hier maar 4 of 5 treinen per week) De reden hiervoor is de aanstaande schoolvakantie. Pensionado's in Australie mogen twee keer per jaar gratis met de trein reizen op een traject naar keuze. Daar maken ze veelvuldig gebruik van in de schoolvakantie, om hun kleinkinderen op te zoeken. Op deze dagen verandert de trein dus in een Benidorm-express, wat voor mij betekent dat ik dus ben aangewezen op de twintig-uur-durende Greyhound-busreis naar Brisbane. De enige troost is dat ik mij als een ware Jack Kerouac kan wanen, die het Noord-Amerikaanse continent overstak met de Greyhound.
Na een aantal dagen in Brisbane te hebben doorgebracht, kwam ik erachter dat ik alleen een baantje buiten zou willen hebben, vanwege het feit dat ik soort van op vakantie ben en dus niet de hele tijd binnen wil zijn. Dit betekent een baantje als farmhand of als fruitplukker. Beiden zijn er echter niet voor het oprapen. Daarom ben ik op het moment aan het wwoofen. Wwoof is een organisatie die backpackers en boeren met elkaar in contact brengt. De backpackers werken vier tot zes uur per dag in ruil voor gratis accommodatie en eten. Daarnaast is het natuurlijk de perfecte gelegenheid om in aanraking te komen met de echte Australische cultuur. Het adres waar ik ben heeft paarden en honden en heel veel kinderen! Hier zal ik de komende paar weken verblijven.
Bon, de mensen zijn hier supervriendelijk! Toen ik met Matt, mijn reisgenoot van Airliebeach naar Brisbane, aan een buschauffeur vroeg of hij langs onze straat kwam, zei hij ja. Toen vroeg ik welke halte bij ons hostel hoorde. Dat wist hij niet en het speet hem enorm. We mochten overigens gratis mee. Toen we uitstapte, zei hij nog eens dat hij hoopte dat we het konden vinden. Een dag later, tijdens het Brisbane festival, werden we aangesproken door iemand, dat we hem bekend voorkwamen. Het was de buschauffeur! Hij vroeg of we het uiteindelijk hadden kunnen vinden. En toen wenste hij ons een fijne avond. Geweldig toch?
Er zijn een aantal dingen waar ik nog aan moet wennen. Zo loop ik op de stoep nog steeds aan de rechterkant, terwijl iedereen links loopt. Dat leidt vaak tot bijna botsingen. Ook op de roltrap sta ik rechts, wat tot veel ongeduldige mensen achter me leidt. Daarnaast heb ik de neiging om in foodcourts (Voor wie niet weet wat dat is: gebied in een winkelcentrum met heel veel (Fast) foodkraampjes en heel veel tafeltjes om het op te eten) achter me aan op te ruimen. Er is personeel om alles netjes te houden, dus je hoeft je afval niet op te ruimen. Ik heb dan ook al veel ongelovige blikken gehad van reisgenoten.
Nieuwe Australische slang:
Dunnie - wc
Joey - babykangaroo
Swimmers - bikini/zwembroek
Thongs - slippers
Footie - AFL (Australian rules Football)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten