dinsdag 25 februari 2014

Goodbye New-Zealand

De laatste week van mijn verblijf in Nieuw-Zeeland is alweer ingegaan. Treurig nieuws, maar verzacht door het feit dat ik nog niet terug hoef naar Nederland maar nog een half jaar naar Australie ga. En boy oh boy wat heb ik veel mooie dingen gezien in dit land aan de rand van de wereld. Zoals jullie je misschien kunnen herinneren begon mijn reis in Christchurch; zij zal eindigen in Auckland, vanwaar ik terug naar Brisbrane zal vliegen. Op het moment bevindt ik me in Rotorua,  een stadje dat wordt gekenmerkt door een hoog gehalte aan vulcanische activiteit. Wat betekent dit voor de gewone mens? Stoom dat op de raarste plekken naar boven komt (van onder de grond) en een alles doordringende zwavel lucht, waardoor je je afvraagt wie er toch de hele tijd van die vieze scheten laat.

Maar waar ik  jullie vandaag mee zal vermoeien, zijn de Lord of the Rings/The Hobbit ervaringen die ik hier heb gehad. Sommigen onder jullie zullen wellicht weten dat deze twee films opgenomen zijn in Nieuw Zeeland. Overal waar je bent, denk je dan ook  aan deze epics.  Lichtend voorbeeld: toen ik aan het trampen was in de Greenstone en Caples valleien nabij  Te Anau, deed de omgeving me zo erg aan Rohan denken dat ik continu verwachtte dat er een groep ruiters vanachter  de  heuvels te voorschijn zou komen.

In Wellington werd de aanwezigheid van Middle Earth on Earth nabij gebracht. Hoewel Wellington alleen functioneerde als decor voor de scenes die ze niet in de natuur konden filmen (ik heb het over green screen scenes) is deze stad ook de bakermat van Weta Workshop, het creatieve brein achter zo'n beetje alles onaards in de trilogieen, zoals de steden,  hobbitvoeten,  wapens, wezens etc etc. Nu bedacht een slimme ziel een aantal jaar geleden dat  daar misschien wel geld aan te verdienen was, wat leidde tot Weta Cave, een exhibitieruimte  voor alles waar ze bij  Weta mee  bezig zijn. In de Weta Cave zelf is een minimuseumpje, een souvenirwinkel - met officiele Weta Workshop memorabilia -  en een showroom van props en dergelijke.  Maar wat het echt interessant maakt is de  tour genaamd 'Window into Weta', die je door een speciaal ingerichte ruimte binnnen Weta zelf rondleidt. Hierdoor krijg je een idee van de processen die schuil gaan achter alles wat je in de films kunt zien. Naast Lord of the Rings zijn ze ook betrokken geweest  bij films als  Narnia,  King  Kong en Avatar. Zo  hebben ze een eigen wapensmid die echte zwaarden maakt, die gebruikt worden voor close-up momenten in de films (zo'n drie seconden dus), en daar worden vervolgens urethane versies van gemaakt (een soort plastic dat je op alles kunt laten lijken:  leer, metaal, huid, whatever).  Immers,  acteurs zijn 'delicate creatures',  en je kunt niet verwachten dat die met echte, want hele zware,  zwaarden gaan rondlopen, in de woorden van onze tour guide.
Naast deze bijzonder interessante blik op het productieproces,  werden we ook verrijkt met allerlei interessante feitjes over cast en crew en Peter Jackson. Zo  is er van elke acteur's gezicht  een siliconenmold gemaakt, voor allerlei doeleinden, en er is een ruimte in Weta Workshop waarin al die modellen staan, wat behoorlijk creepy is, schijnbaar.

Nu volgt een spoiler voor de laatste Hobbit film, dus als je nog niet weet wat daarin gaat gebeuren, sla deze alinea dan over. Zoals de mensen die nu doorlezen weten gaan er in het gevecht aan het eind van het boek een aantal dwergen dood.  Zoals misschien is opgevallen, zijn deze drie dwergen in de film lang zo lelijk niet als de rest. Onze tour guide vertrouwde ons toe dat de reden daarvoor was dat mensen nu eenmaal meer sympathie voelen voor knappe mensen dan lelijke, en omdat deze dwergen 'knappe dwergen' zijn  zullen we dus bij hun dood meer sympathie voelen.  Schokkend  he?!

*spoiler eindigt*

Afin, Weta Cave was een waar  Walhalla voor de echte Lord of the Rings geek, zoals ik. Ook in Wellington is het Embassy Theater.  Dit is de bioscoop waar alle Lord of the Rings en The Hobbit films in premiere zijn gegaan. Ik kon het dan natuurlijk ook niet laten om daar The Hobbit:  Desolation of Smaug te gaan zien (voor de derde keer (A)). Dit was geenszins  een straf, want het is een schitterend theater, en ik was gelukkig niet de enige die speciaal naar dat theater kwam vanwege de  filmpremieres van LOTR.

De echte klapper kwam met  de  beklimming van Mount Doom, ofwel Mount Ngaurehoe (nee ik weet niet hoe je dat uitspreekt), tijdens de  Alpine Crossing in Tongariro National Park.  Deze Crossing duurt normaal gesproken zo'n zes uur, maar je kunt ervoor kiezen om naar de top van Mt Doom te klimmen, en terug, wat drie uur aan de gehele wandeling toevoegt, wat ik natuurlijk niet kon laten. Klimmen is in dit geval het goede woord, want er is geen pad, de helling is bedekt in steenslag, en is zo steil dat je soms letterlijk voeten en handen moet gebruiken om naar boven te komen. Door de steenslag zak je een halve stap naar beneden voor elke stap omhoog.  Een uitdaging dus (zie fotoos op Facebook).  Eenmaal boven kom je erachter dat het de beklimming waard was, want het uitzicht is fenomenaal:  met een 360 graden view over Middle Earth zover de horizon strekt is het moeilijk om niet onder de indruk te zijn.  Nu, Ngaurehoe is een vulkaan, niet-actief, en er dus een krater waar je in kunt kijken vanaf de top. Ik kon het dan ook niet laten om iemand een foto te laten maken terwijl ik de 'One Ring' erin gooi. Als je nu hoofdschuddend achter je computer zit, het kan erger!!  Een tour guide/buschauffeur/... (kan me niet herinneren wie precies) wist me te vertellen dat iemand zo  gek was geweest om een officiele replica van de ring te kopen, a la 3000 dollar of  wat dan ook, de berg te beklimmen en vervolgens die ring in de krater te gooien. Zover zou ik nooit gaan!!

Vandaag volgt de laatste etappe in mijn Lord  of the Rings avontuur, met een bezoek aan Hobbiton, in Matamata. Daarover zal ik later meer berichten, en fotoos daarvan zullen volgen op het bekende medium.

Voor nu, Namarie...

Cheers!

woensdag 15 januari 2014

Welkom in Nieuw-Zeeland

De laatste keer dat jullie van me hoorden, zat ik in het zonnige Australie, waar het op het moment zo'n 35 graden is. Een temperatuur die mij tegenwoordig behoorlijk prettig in de oren klinkt. Je kunt dan ook makkelijk nagaan hoe geschokt ik was toen ik in Nieuw-Zeeland aankwam en het 15 graden was! Nu, op dag 4, zit ik binnen, in een hostel nabij de Franz Josef Glacier, en mijn mind kan nog steeds niet bevatten waarom ik niet naar die gletsjer kan. De reden daarvoor is dat het sinds vanochtend vroeg al non-stop aan het regenen is. Echter, omdat het in Australie altijd mooi weer is, is het nu moeilijk om te beseffen dat regen soms roet in het eten kan gooien. Gisteren hoorde ik dat er voor vandaag regen was voorspeld, maar  je realiseert je pas hoe dat je plannen beinvloed als je wakker wordt met regen en die regen maar niet ophoudt. Dan besluit je om nog maar wat langer in bed te blijven en om je blog bij te werken.
Regen is seriously deprimerend. De enige verzachtende omstandigheid is de omgeving. Hoewel ik niet bijster veel kan zien van de omringende bergen - vanwege alles doordrenkende wolken en mist - weet ik dat ze daar zijn, en het regenwoud dat hier groeit (niet tropisch obviously) en dat ik wel kan zien, maakt het een en ander goed. Maar toch, wat doe je op een dag waarop het te nat is om naar buiten te gaan als je de laatste vier maanden zo'n beetje buiten hebt doorgebracht? Het enige vermaak is je tablet, en de tv, maar je zou toch eigenlijk wel wat van de het dorpje willen zien. Dan realiseer je je dat het bij nader inzien een slecht idee was om die spijkerbroek niet in te pakken. Het resultaat is dat ik alleen van die dunne zomerbroeken en een wandelbroek bij me heb, en verder korte broeken. De overweging was dat een spijkerbroek relatief veel weegt (en ik wilde licht pakken), en wanneer zou ik die nou nodig hebben?  Ik zou toch veel gaan wandelen, en na zo'n wandeling gaan de sweatpants aan. Nu, goed, vandaag is zo'n dag dat een spijkerbroek wel fijn was geweest, en de dag dat ik realiseer dat drie korte broeken wellicht een beetje excessief is. Het is dan wel zomer hier, maar dat betekent niet per se dat er ook zon is.
Zoals jullie je dus misschien wel kunnen voorstellen, kost het me een beetje moeite om me aan te passen aan Nieuw-Zeeland. Alsof je in een dag van zomer naar winter gaat. Gelukkig heb ik al genoeg moois gezien om de pijn een beetje te verzachten. Ik ben aangekomen in Christchurch, en dat is een bijzondere plek. Jullie hebben ongetwijfeld gehoord dat Christchurch in 2011 en 2012 getroffen is door een aantal serieuze aardbevingen. Dat is overal te zien. De stad ligt half in puin en er is zijn ontelbare herstelwerkzaamheden gaande. Als je door te stad loopt is te zien dat het een geweldig mooie stad moet zijn geweest, met veel oude gebouwen, parken en ander moois. De restanten daarvan worden nu opgevrolijkt door kleurrijke straatkunst en bloemen. All in all is het hartverwarmend om te zien hoe de mensen vol hoop de toekomst tegemoet gaan en hun stad opnieuw opbouwen. Realiseer je dat er elk moment een nieuwe aardbeving kan plaatsvinden, gezien Nieuw-Zeeland zich tussen twee aardplaten in bevindt. Hoe kun je iets nieuws opbouwen als je weet dat het elk moment weer in kan storten? Daarom is het zo bewonderenswaardig dat de Christchurchonians de kracht kunnen vinden om hun stad weer op te bouwen.
Na Christchurch volgde een bloedstollende busreis door de bergen, bloedstollend voornamelijk vanwege de mooie omgeving, maar ook wel een beetje omdat de buschauffeur toch net iets te hard door de bochten vliegt. En dat bracht me hier, in Franz Josef. Zo gauw het mooi weer is, en ik dus wat fotoos kan maken, zullen die te zien zijn op facebook.

See ya later!