maandag 23 september 2013

Op naar het zuiden

Na twee weken in Far North Queensland ben ik naar het zuiden getrokken. Eerst ben ik met de trein van Cairns naar Airlie Beach gegaan. Dit is een afstand van ruim 600 km. Je zou zeggen dat je dat in 5 of 6 uur ruim zou moeten kunnen halen. Helaas doen ze hier niet aan hogesnelheidstreinen, maar alleen aan lagesnelheidstreinen. Het duurde namelijk maar liefst 11,5 uur. Dit betekent dat de gemiddelde snelheid niet hoger lag dan 52 km/u. Er zaten wel redelijk wat tussenstations in, maar dan nog is dat niet erg snel. Desondanks was het een prettige reis en de tijd vloog voorbij. De volgende dag ben ik op een zeiltocht rond de Whitsundays gegaan: 2 dagen, 2 nachten, heel veel zon, heel veel zee. En heel veel witte stranden, met als hoogtepunt Whitehaven Beach, waar het zand superfijn  en superwit is.
Voor de meeste mensen is het heel leuk om de hele dag op een boot te zijn. Behalve voor een meisje, die de helft van de tijd zeeziek is geweest: balen! De echte uitdaging van het leven op een boot kwam echter pas 's avonds, toen we moesten slapen op die boot. Je zou zeggen dat het meest vervelende aspect daarvan het schommelen van de boot is. De slaapkamers bevonden zich namelijk in de twee drijvers van de catamaran, en daar is het schommelen het hevigst. Hoewel dit betekende dat je soms als het ware een halve meter naar beneden viel, door een hoge golf, was dit niet het ergste. Dat was het constante geluid van de golven op de drijvers. Klots, klots, klots. Keihard! Zo luid dat ik het door mijn oordoppen heen kon horen. En als je er eenmaal naar ging luisteren, kon je niet meer slapen (net zoals bij een hard tikkende klok). De slechte nachtrust weerhield me er echter niet van om de volgende dag voor zes uur op te staan om de zonsopkomst te zien. Aan de oostkust kun je helaas geen zonsondergang boven zee zien, vanwege het feit dat het de oostkust is. Maar een zonsopkomst boven zee is bijna net zo speciaal.

Eenmaal terug aan wal ging ik plannen maken voor de verdere reis naar het zuiden: naar Brisbane, waar het mijn doel is om voor een aantal weken werk te zoeken. Ik had het plan om met de trein te gaan. Die reis is namelijk 15 uur, waar de bus er 20 uur over doet. En de trein is ook nog eens veel goedkoper! vanwege de 'international backpacker discount', die 40% bedraagt. Om een of andere reden kon ik de trein die op zondag gaat echter niet boeken. Navraag bij de receptie onthulde dat die niet reed, zomaar. De zaterdagtrein was weliswaar minder luxe, maar verdiende nog steeds de voorkeur boven de bus. Deze was echter volgeboekt, alsook de dinsdagtrein. (ja, er gaan hier maar 4 of 5 treinen per week) De reden hiervoor is de aanstaande schoolvakantie. Pensionado's in Australie mogen twee keer per jaar gratis met de trein reizen op een traject naar keuze. Daar maken ze veelvuldig gebruik van in de schoolvakantie, om hun kleinkinderen op te zoeken. Op deze dagen verandert de trein dus in een Benidorm-express, wat voor mij betekent dat ik dus ben aangewezen op de twintig-uur-durende Greyhound-busreis naar Brisbane. De enige troost is dat ik mij als een ware Jack Kerouac kan wanen, die het Noord-Amerikaanse continent overstak met de Greyhound.

Na een aantal dagen in Brisbane te hebben doorgebracht, kwam ik erachter dat ik alleen een baantje buiten zou willen hebben, vanwege het feit dat ik soort van op vakantie ben en dus niet de hele tijd binnen wil zijn. Dit betekent een baantje als farmhand of als fruitplukker. Beiden zijn er echter niet voor het oprapen. Daarom ben ik op het moment aan het wwoofen. Wwoof is een organisatie die backpackers en boeren met elkaar in contact brengt. De backpackers werken vier tot zes uur per dag in ruil voor gratis accommodatie en eten. Daarnaast is het natuurlijk de perfecte gelegenheid om in aanraking te komen met de echte Australische cultuur. Het adres waar ik ben heeft paarden en honden en heel veel kinderen! Hier zal ik de komende paar weken verblijven.

Bon, de mensen zijn hier supervriendelijk! Toen ik met Matt, mijn reisgenoot van Airliebeach naar Brisbane, aan een buschauffeur vroeg of hij langs onze straat kwam, zei hij ja. Toen vroeg ik welke halte bij ons hostel hoorde. Dat wist hij niet en het speet hem enorm. We mochten overigens gratis mee. Toen we uitstapte, zei hij nog eens dat hij hoopte dat we het konden vinden. Een dag later, tijdens het Brisbane festival, werden we aangesproken door iemand, dat we hem bekend voorkwamen. Het was de buschauffeur! Hij vroeg  of we het uiteindelijk hadden kunnen vinden. En toen wenste hij ons een fijne avond. Geweldig toch?

Er zijn een aantal dingen waar ik nog aan moet wennen. Zo loop ik op de stoep nog steeds aan de rechterkant, terwijl iedereen links loopt. Dat leidt vaak tot bijna botsingen. Ook op de roltrap sta ik rechts, wat tot veel ongeduldige mensen achter me leidt. Daarnaast heb ik de neiging om in foodcourts (Voor wie niet weet wat dat is: gebied in een winkelcentrum met heel veel (Fast) foodkraampjes en heel veel tafeltjes om het op te eten) achter me aan op te ruimen. Er is personeel om alles netjes te houden, dus je hoeft je afval niet op te ruimen. Ik heb dan ook al veel ongelovige blikken gehad van reisgenoten.

Nieuwe Australische slang:

Dunnie - wc
Joey - babykangaroo
Swimmers - bikini/zwembroek
Thongs - slippers
Footie - AFL (Australian rules Football)

donderdag 12 september 2013

Wat een wondere wereld

Na enkele dagen van administratieve rompslomp, zoals het regelen van een bankrekening en belastingnummer, en acclimatisering, ben ik afgelopen maandag naar het Great Barrier Reef geweest. Om half acht 's ochtends werd ik naar de haven gebracht, alwaar een catamaran van Passions of the Reef op mij lag te wachten. Er zijn vele soorten  boten die reeftours doen, maar mij was verteld dat de catamaran relatief stabiel in het water ligt. Gezien de zee niet helemaal rustig was, vanwege aanhoudende wind, leek dit mij verstandig, want ik wist niet of ik zeeziek zou worden. De rit was nogal 'bumpy', zoals voorspeld, maar gelukkig ben ik niet zeeziek geworden. Anderen wel, maar dat heb ik van mij af kunnen zetten.  De tocht naar het rif duurde ongeveer 2 uur. Het rif ligt namelijk een heel eind van de kust af. In die tijd kon je lekker op het dek zonnen of anderszins lanterfanten (of dus twee uur lang zeeziek zijn).
De eerste locatie was vlakbij een eilandje, dat een broedplaats voor vogels was. De boot stopte ongeveer honderd meter van het strand af en vanaf daar konden we naar het strand snorkelen. Voor degenen die niet van zwemmen hielden, ging er een bootje op en neer tussen de boot en het strand. Mijn snorkeltripje begon goed, want nog voordat ik in het water lag, zag ik al een schildpad, die naar boven kwam voor adem. Eenmaal in het water werd ik meteen gegrepen door de schoonheid van het rif. Supermooi!  Er waren allerlei verschillende soorten koraal te zien en ontelbaar veel verschillende vissen, in alle kleuren van de regenboog. Niet alleen geel en blauw, maar ook roze en oranje. Heel even had ik er spijt van dat ik geen onderwatercamera had gehuurd, maar toen bedacht ik me dat je toch nooit recht zou kunnen doen aan wat je onderwater ziet. Het blijft dus bij een herinnering, die ik niet adequaat met jullie kan delen. Even later zag ik weer een schildpad, ditmaal onderwater, half verscholen onder een berg koraal. Daar keek ik even naar, maar toen trok hij zich terug. Het wonderbaarlijke aan schildpadden is dat ze zo oud kunnen worden, en dat straalt op een of andere manier van ze af. Tussen de schichtigheid van de vissen zijn ze als een baken van kalmte.
Na ongeveer anderhalf uur snorkelen vertrokken we naar het volgende rif. Ik was ondertussen helemaal verkleumd geraakt, want het water was niet erg warm en de wetsuit hielp daar niet echt tegen. Er werd op de boot een 'tropische' lunch geserveerd, die weliswaar zeer smakelijk was, maar afgezien van het tropische fruit niet echt tropisch. (Nota bene: het fruit in Australie is zoveel lekkerder dan in Nederland. Vooral de ananas is super smaakvol). Vrijwel direct na de lunch kwamen we aan op de tweede locatie. Onverschillig jegens het feit dat we net hadden gegeten, werd er meteen weer gezwommen en gedoken. Dit tweede rif was een 'diepzee' rif in de zin dat het water hier een stuk dieper was en onderhevig aan de stroming van het water. Rondom de rifbank viel de bodem van de zee weg in de diepte: daar wilde je dus niet zwemmen, want dat is eng. Waar je bij het vorige rif het koraal bijna kon aanraken als je aan de oppervlakte dreef, moest je hier toch wel een paar meter duiken om er bij in de buurt te komen (hoewel je het koraal natuurlijk niet mag aanraken). Hoewel dit rif minder spectaculair was qua kleuren, was het in allerlei andere opzichten veel meer bijzonder. Zoals ik al zei, kon je hier de effecten van de stroming van het water veel beter merken. Als snorkelaar dreef je op de golven en daar werd je constant door meegesleept. Ook sloegen er regelmatig golven in de snorkel, wat resulteert in een mondvol zout water. Deze golven waren onderwater ook merkbaar. De scholen vissen werden constant rondgeslingerd door de stroming en het koraal deinde mee . Door die stroming werd je echter veel meer deel van de oceaan als snorkelaar. De vissen zwommen veel dichterbij. Als je je door de stroming liet leiden, zwommen de vissen in scholen om je heen, omdat je werd herkend als deel van de zee. Het was bijna een soort spirituele ervaring: de realisatie dat je deel kunt uitmaken van die onderwaterwereld door erin op te gaan. Op een gegeven moment kreeg ik er schik in om als een soort dolfijn door het water te flipperen, door de scholen vissen heen, die daardoor net als in de natuurdocumentaires wegschoten maar achter mij meteen hergroepeerden. Kou en tijd brachten ook aan deze snorkelsessie een eind, maar ik heb wel wonderbaarlijke dingen gezien. De meest markante soort die ik heb gezien was een vis van misschien een meter lang, heel dun, nauwelijks vinnen, met een gele streep over het hele lijf en achter de staartvin nog een extra soort stokje, in helblauw. Op dit rif heb ik helaas geen schildpadden gezien, maar ik vermoed dat dit rif te diep voor ze was (vanwege het feit dat ze boven moeten komen voor adem).

Hoewel het natuurlijk fantastisch is dat er op het rif gesnorkeld en gedoken kan worden, zorgt dat er wel voor dat dat rif uiteindelijk beschadigd raakt, hoe voorzichtig er ook mee wordt omgesprongen. En dat is natuurlijk erg zonde.

Mijn andere spirituele belevenis vond plaats in het regenwoud. De dag na het snorkelen ging ik mee op een toer naar Cape Tribulation, de plek waar het regenwoud en het Barrier Reef bij elkaar komen. De toer was in principe een dagtoer, maar je kon er voor kiezen om na het ochtendprogramma in Cape Trib te blijven. De dag van je vertrek zou je dan het middagprogramma doen. In die ochtend heb ik wat krokodillen gezien, tijdens de crocodile cruise over de Daintree rivier. Dit waren de bijzonder gevaarlijke estuarine crocodiles, oftwel salties, die zich ophouden op plekken waar rivieren uitmonden in zee, zoals de naam wellicht al doet vermoeden. Het echte spektakel kwam echter pas toen ik aankwam bij de accommodatie voor de komende twee nachten. Het Cape Tribulation Beach House bevond zich aan de rand van het regenwoud: met nog eens twintig passen vanaf het restaurant stond je op het strand. Dit strand was werkelijk paradijselijk: hagelwit zand dat langzaam overging in zachtblauwe golven, tegen een achtergrond van helblauwe lucht en bijna obsceengroen regenwoud (foto's volgen nog op facebook). Als je je paradijs inbeeldt, dan was dit het. Helaas kwam ook dit paradijs met een minpuntje: de aanwezigheid van de eerdergenoemde salties. Het kwam erop neer dat je niet kon zwemmen, want dan zou je weleens kunnen worden opgegeten. Pootjebaden ging nog net, maar wel met liters angstzweet. Gelukkig was het ook al heerlijk om gewoon lekker op het strand te zitten en verdiept te raken in het gegeven dat de oceaan voor je zich uitstrekt tot Zuid-Amerika, wat een onverwacht aangrijpende gewaarwording is.
Ik heb in dit paradijs echter niet alleen op m'n gat gezeten maar ook nog wat activiteiten ondernomen. Op de tweede dag heb ik Mount Sorrow beklommen. Mount Sorrow is de hoogste berg in de omgeving. Hij is voor Alpiene begrippen niet erg hoog, slechts 608 m, maar als je je bedenkt dat je zo ongeveer op de bodem begint, is het een behoorlijke inspanning. 600 m stijgen over 3,5 km is vrij stijl, en dan was het weer ook nog eens tropisch. Het wordt afgeraden om deze wandeling in je eentje te ondernemen, en je moest je uitschrijven bij de receptie en weer inschrijven als je terugkwam. Naast de zwaarte van de route an sich zit er namelijk ook nog een keur aan gevaarlijke beesten in het bos. 6 soorten slangen die zijn geclassificeerd als 'zeer gevaarlijk'; een handvol slangen die niet zeer gevaarlijk zijn maar toch nog venijnig kunnen bijten; spinnen en allerlei andere giftige dingen. Waar je echter het meest voor moet uitkijken zijn 'feral pigs', die je kunnen spiezen op hun slagtanden, en cassowaries. Cassowaries zijn manshoge vogels die bijzonder agressief kunnen zijn en ledematen kunnen openrijten met hun scherpe klauwen. En het lot wil nou net dat Cape Tribulation een van de gebieden is waar de cassowary veelvuldig voorkomt.
Gelukkig had ik in de toerbus een jongen ontmoet die ook in het beach house overnachtte en ook van plan was om die wandeling te maken. Zo geschiedde het dat we om half zeven 's ochtends vertrokken richting de top van Mount Sorrow. Het was behoorlijk afzien naar de top, maar daar zal ik verder mijn mond over houden. Het uitzicht was echt fenomenaal: overal zee en bergen voor zover je kon kijken en de lucht was vol met vlinders.
De afdaling ging behoorlijk wat sneller: 2 uur tegenover drie uur naar de top. Hoewel het een bijzondere tocht was, was ik blij dat ik weer veilig beneden was, want stijl omhoog klimmen terwijl je ook de hele tijd uit moet kijken voor slangen is toch wel vermoeiend. Gelukkig (of helaas) zijn we geen gevaarlijke beesten tegengekomen. Voor de rest van de dag was ik wel uitgeteld en heb ik niet veel meer gedaan dan luieren.
De derde dag heb ik paardgereden door de bossen en over het strand. Om acht uur 's ochtends werden we (ik en een ander meisje) opgehaald bij het hostel en in een noodvaart naar de paardenboerderij gebracht. Daar werden we opgewacht door twee dolenthousiaste hondjes, die constant met elkaar aan het stoeien waren. Mijn paard heette Midnight, en hoewel het weer even wennen was om in het zadel te zitten, konden we het al snel goed met elkaar vinden. Tijdens de rit hebben we een aantal keer over het strand gegallopeerd. Hoewel dit best leuk was, was het niet de 'all-out' rengalop waar ik op had gehoopt. Het was allemaal een beetje tam, maar nog steeds bijzonder leuk, extra speciaal gemaakt door de mooie omgeving.
Na het paardrijden ging ik weer verder met de toer, en heb ik regenwoud ijs gegeten: wattleseed ijs (dat naar cappuccino smaakte, yellow sapote, suikerbanaan en kokos. Lekker!

Wildlife-score:

- zoutwaterkrokodillen
- lace monitor lizard
- tropische vlinders
- kingfisher (vogel)
- bushturkey
- kikkers, hagedissen

Aan het eind van de dag werd ik afgezet in Port Douglas, waar ik twee nachten blijf. Het is een soort resort stadje, met allemaal luxe vakantieaccommodaties en Dougies, waar ik verblijf. Gezeten bij een supercharmant boekwinkeltje/cafe genaamd Whileaway, breng ik jullie deze blogpost. Het is puur genieten.

Tot slot: Australisch woordenboek (australische slang die ik heb opgepikt)

Bogan -  term voor een groep mensen die nogal apart zijn. Queensland, waar ik nu ben, wordt door de rest van het land als tamelijk zonderling beschouwd. De Queenslanders zijn daarmee 'bogan' in de ogen van de rest.

Brekkie - ontbijt
Bikkies - koekjes

(Australiers hebben dit soort woorden voor  alles)

Heel veel liefs!

And remember guys: always be Cass-o-wary!